Gemeenten staan de komende 5 jaar aan de lat voor een decentralisatie die veel en veel verder reikt dan die van 2015. Ze zijn ongemerkt hoofdrolspeler geworden in een transformatie van de medische zorg die zijn weerga niet kent. En er staat in totaal 2,8 miljard euro klaar om de beweging “naar voren te maken”. Een beweging die zich vanuit de medisch specialistische zorg voor een groot deel zal gaan richten op het sociaal domein, de eerstelijnszorg en op ons als inwoners en verzekerden, om precies te zijn.
Voorheen werd door de Minister met iedere zorgsector een hoofdlijnenakkoord afgesloten waarin afspraken werden gemaakt over de inzet van het macrobeheerinstrument (een instrument dat de kostenstijgingen hielp beheersen) en de mate waarin een zorgsector mocht groeien. De hoofdlijnenakkoorden hebben tijdelijk een goede werking gehad in de zin dat de stijging van zorgkosten gedempt werd.
Maar deze kabinetsperiode is er gekozen voor een integrale benadering waarbij de ambities hoog zijn. Alle deelnemende zorgpartijen onderschrijven 1 Integraal Zorg Akkoord en daarbij is er een transformatieagenda opgesteld met bijbehorende middelen die zijn oorsprong vindt in het Zorgkader. Het Zorgkader, dat is opgesteld door het Zorginstituut Nederland, heeft de navolgende missie met betrekking tot het zorgstelsel in Nederland verwoord:
In 2040 draagt de zorg optimaal bij aan het gezond (samen)leven van alle mensen in Nederland, in het besef dat daarvoor niet meer mensen en middelen beschikbaar zijn dan nu en dat dit gepaard moet gaan met de laagst mogelijke impact op klimaat en milieu.
Het jaar 2040 is bewust gekozen omdat in dit jaar de grootste effecten van de vergrijzing in Nederland het meest voelbaar zal zijn.
De VNG is in een laat stadium aan tafel geschoven bij de totstandkoming van dit integrale IZA. De afgelopen jaren was het sociaal domein dan ook nadrukkelijk geen volwassen onderdeel van het zorgstelsel; het sociaal domein was (en is) voor veel partijen in de zorg nog steeds een black box waarbij vaak niet eens duidelijk is voor medische professionals in de eerste, tweede en derdelijn wat “die gemeenten nu eigenlijk doen met zorg”. Maar dat is nu al snel veranderen. Vanuit de medisch specialisten neemt de vraag om context en duiding over het sociaal domein en de werking daarvan toe, merken wij.
Het doel van het IZA is het realiseren van passende zorg die betaalbaar en toegankelijk is, ook in de toekomst. Om deze missie en de geformuleerde doelen te behalen, is de beleidstheorie dat de zorg ingrijpend moet veranderen. Hiervoor zijn eenmalig transformatiemiddelen beschikbaar gesteld door het Rijk ter hoogte van 2,8 miljard euro voor de duur van 5 jaar. 50% van dit bedrag is geoormerkt, waarbij er een toedeling per zorgsector is gemaakt op basis van de omvang van die sector.
De gemeenten zijn betrokken bij de afspraken over transformatie door het vehikel van het GALA en het onderliggende financiële arrangement van de SPUK te betrekken in het IZA en met de toezegging dat er 150 miljoen euro geoormerkte middelen beschikbaar zijn voor gemeenten voor de uitvoering van transformatieplannen. Vanaf juni 2023 zullen gemeenten een beroep kunnen doen op deze middelen.
Maar voor de medisch specialistische zorg is een geoormerkt bedrag van 940 miljoen euro beschikbaar en voor het eerst in de geschiedenis staat de groeilijn voor deze zorgsector op 0%. De ogen vanuit de medisch specialistische zorg zijn dan ook plots gericht op het sociaal domein en de eerstelijnszorg. Want we vergrijzen, de medische technologie staat niet stil en we ontwikkelen steeds vaker chronische aandoeningen waarmee we langer leven. Dat stuwt de zorgkosten in combinatie de arbeidsmarkt tekorten in deze sector steeds verder omhoog. De 0-lijn in de medisch specialistische zorg gaat dus knellen en zorgt voor druk en urgentie.
Ondertussen is het sociaal domein geïncludeerd in het Integraal Zorg Akkoord en door de ALV van de VNG op 2 december jl. is door de gemeenten ingestemd met de gemaakte afspraken. So far, so good? Want eindelijk maakt het sociaal domein deel uit van het zorgstelsel en doen gemeenten mee.
Maar hebben de gemeenten “slechts” ingestemd met de afspraken in het IZA en de uitvoering van het GALA of zijn gemeenten via deze weg aan de lat gezet voor de uitvoering van een tweede decentralisatie van zorg en ondersteuning na 2015? De vraag stellen, is ‘m beantwoorden.
Gemeenten staan de komende 5 jaar aan de lat voor een decentralisatie die veel en veel verder reikt dan die van 2015. Ze zijn ongemerkt hoofdrolspeler geworden in een transformatie van de medische zorg die zijn weerga in de komende 5 jaar niet zal kennen. En er staat dus in totaal 2,8 miljard euro klaar om de beweging “naar voren te maken”. Een beweging die zich voor een groot deel zal gaan richten op het sociaal domein, de eerstelijnszorg en op ons als inwoners en verzekerden, om precies te zijn.
Zorgverzekeraars staan voor een enorme opgave die verder reikt dan het verdelen van schaarste en zoeken de samenwerking met gemeenten. Voor een heel groot deel hangt het succes van deze transformatie af van het vermogen en de wendbaarheid van het sociaal domein en de eerstelijnszorg om de patiëntenstromen op te vangen die moeten gaan afbuigen vanuit de medisch specialistische zorg. Maar belangrijker nog, het slagen van deze transformatie zal nog veel meer gaan afhangen van de mate waarin maatschappelijk draagvlak gezocht en gevonden gaat worden. Het is niet voor niets dat de WRR in haar rapport “houdbare zorg” aangeeft dat een maatschappelijk debat op gang moet komen over de organisatie en financiering van de zorg.
Wij adviseren gemeenten:
En wilt u met ons doorpraten? Dat kan! Vanaf 2009 is Lorenz een vaste waarde in en rondom het sociaal domein. Onze experts zijn gespecialiseerd in sturings- en bekostigingsvraagstukken en hebben heel veel ervaring met het organiseren van domeinoverstijgende samenwerkingsverbanden. Wij werken in de machinekamer van de zorg maar voelen ons net zo thuis in de bestuurskamer.